
Duchamp heeft een urinoir verheven tot kunst, simpelweg omdat hij besloot dat het kunst was. “Alles is kunst als een kunstenaar dat zegt.” Zijn daad werd als controversieel beschouwd en zorgde voor eindeloze discussies. Hoe dan ook, hij was de eerste die het deed. Hij kwam met het idee. Zijn urinoir is kunst, een uniek stuk. Alle andere urinoirs blijven gewone pispotten, of ze nu aan de muur hangen of op de grond staan.
Fontana, in zijn zoektocht naar contrast en ruimtelijkheid, sneed een doek met een mes. Dat was iets unieks, zelfs geniaals. Hij gaf de schilderkunst letterlijk een nieuwe dimensie. Iedereen die hem daarna nadeed, maakte slechts een gewone scheur in het doek, een kapotte canvas zonder betekenis.
Ai Weiwei liet een antieke vaas op de grond vallen en legde de hele sequentie vast. Het bekende drieluik van dit proces is een krachtig beeld geworden. Er zat uiteraard een boodschap achter. Maar als ik hetzelfde zou doen, zou ik gewoon een vaas kapotmaken. Veel mensen zouden dat zonde vinden, of onzin – en ik zou bovendien zelf de scherven nog moeten opruimen.
Het gaat dus niet om het geforceerd zoeken naar iets unieks, om koste wat kost de eerste te willen zijn met een zogenaamd origineel idee. Daarmee loop je het risico iets te creëren dat leeg is, zonder inhoud of boodschap. Dat zou wel iets van deze tijd zijn: de drang om iets te maken dat viraal gaat, om een influencer te worden of bekendheid te zoeken zonder echte achtergrond of betekenis. In werkelijkheid is het creëren een doorlopend, vernieuwend proces.Een zoektocht die je soms onverwacht brengt bij iets bijzonders.
Ik heb dat geleerd van mijn vroegere manager, Gianni. Hij bracht in zijn regio de Pachino-tomaten op de markt – kleine, groene, eetbare tomaten. Hij had zelfs een samenwerking met een teler in het zuiden. Voor een korte periode was hij de eerste en enige die ze aanbood. Alleen de betere groentezaken kochten ze in, en er werd flink wat geld voor betaald. Een tijd later, toen het aanbod groter werd, daalde de prijs tot een kwart. Het werd niet langer interessant. Toen kwam de tijd van de meloenen, die machinaal getest werden op hun suikergehalte. In het begin was dat een kleine productie, maar Gianni kon garanderen dat ze precies de juiste rijpheid en het perfecte suikergehalte hadden. Alsof deze meloenen een merk op zichzelf waren. Zijn slogan was: niet voor iedereen, alleen voor de kenners.Later, toen de productie groter werd, liet hij dit varen, de prijzen daalden en iedereen kon ze aanbieden. Daarna richtte hij zich op druiven voor oud en nieuw. Volgens de traditie zouden ze geluk brengen in het nieuwe jaar. Hij liet een pallet druiven overkomen uit een Latijns-Amerikaans land en verkocht ze voor goud geld. Niemand had ze toen toevallig ingekocht, ze kwamen niet op het idee. Een jaar later was er juist een overvloed aan witte druiven, en het werd iets gewoons, niet langer interessant. Ik vroeg hem waarom hij zijn ideeën niet probeerde te beschermen. Zou dat niet kunnen? Zijn antwoord was eenvoudig maar krachtig: “Waar het om gaat, is dat je uniek bent, maar vooral dat jij de eerste bent. Voordat ze je kopiëren, ben jij al bezig met iets nieuws.” Dat is me altijd bijgebleven.
Zo is het ook met kunst. Je moet putten uit wat er in je zit. Natuurlijk is het een mengsel van wat je hebt gezien, bewonderd en beleefd, maar het wordt pas echt bijzonder als je dat alles omzet in iets dat alleen uit jou kan komen. Je kopieert geen trend of andermans idee; je maakt een unieke combinatie van invloeden en ervaringen.
Hopelijk wordt het ooit een trend, maar dat is niet het doel. Het doel is om je eigen expressie de wereld in te gooien, iets dat authentiek en oprecht van jou is.

