WhatsApp Image 2025-08-25 at 14.47.57 (1)

Proust de pottenbakker

Maar zodra de slok, vermengd met de kruimels van het cakeje, mijn gehemelte raakte, huiverde ik en werd ik geheel aandachtig voor wat er iets buitengewoons in mij gebeurde. Een heerlijke gewaarwording had bezit van mij genomen, losstaand, zonder dat ik haar oorzaak kende. Onmiddellijk maakte zij de wisselvalligheden van het leven onbelangrijk, zijn rampen onschadelijk, zijn kortstondigheid illusoir – precies zoals liefde kan doen – door mij te vullen met een kostbare essentie. Of beter nog: die essentie bevond zich niet in mij, zij wás mij. Ik hield op mijzelf als middelmatig, toevallig, sterfelijk te voelen……….

Ik zat bij Nobels, ik koos een madeleine bij mij koffie, Proust popte bij mij op, ik vroeg me af hoe zou Proust klinken als hij een pottenbakker was geweest en dezelfde herrinneringen zou oproepen bij het eten van een madeleine. Dus aan Chatgpt gevraagd: maakt Proust een pottenbakker…..

En toen de slok, doorweekt met kruimels van het cakeje, mijn gehemelte raakte, huiverde ik en opende zich een wereld die ik niet eerder had geweten. Het was niet slechts de smaak van de madeleine, maar de aanwezigheid van het kopje dat mijn zintuigen overspoelde: de zachte kromming van het keramiek, de glans van het glazuur waar de vingerafdrukken van de pottenaar nog in fluisterden, het gewicht dat mijn hand omsloot alsof het een verloren deel van mijn jeugd vasthield.

Het kopje droeg de warmte van de thee zoals een hart de herinnering draagt. De ribbels van het glazuur vertelden verhalen van handen die ooit klei kneedden, vingers die de draaischijf volgden tot de ronde perfectie van een holte die de vloeistof zou omhelzen. Elke onvolkomenheid, elk subtiel verschil in dikte, werd een echo van het leven zelf – een stille getuige van dagen die voorbijgaan maar niet verdwijnen.

De madeleine, in haar bescheiden eenvoud, werd een sleutel. Zodra ik haar doopte in de thee, leek de vloeistof de klei van het kopje te doordringen, het glazuur op te warmen, en alles samen te smelten: verleden en heden, ambacht en herinnering, hand en hart. Het was alsof ik niet alleen proefde, maar voelde hoe de tijd zich weefde tussen mijn vingers en in mijn mond, hoe elke kruimel en elk glazuurspoor een verloren zondagochtend tot leven bracht.

Ik zag mezelf opnieuw als kind, mijn kleine handen vol verwachting, het zonlicht op de vensterbank dansend op de glans van het keramiek, de geur van lindebloesem in de lucht. Het kopje werd een miniatuurwereld: hol, intiem, perfect in zijn oneindige imperfectie. En terwijl de thee zich vermengde met de madeleine, leek ook mijn geheugen zich te vermengen met het ambacht, alsof elk moment van het draaien, van het kneden, van het glazuren, zich had genesteld in de poriën van het keramiek, wachtend om opnieuw te worden ontdekt.Het was geen eenvoudige handeling van drinken of eten. Het was een ritueel, een ceremonie van aanraking, geur, smaak en herinnering, waarin de eenvoud van klei en gebak een poort openden naar de oneindigheid. Het kopje droeg mijn jeugd, de madeleine mijn herinnering, en samen vormden zij een levend monument van tijd, ambacht en vreugde, waarin alles tegelijk vergankelijk en eeuwig was.