Potterij onder de Moerbeiboom

Ik wilde de winkel gaan bezichtigen, en volgens mij was het een geschikt pand voor mijn atelier. Het had een tuin, of op z’n minst een buitenplaats, en dat was al een pluspunt. Toch bleef er één belangrijke vraag in mijn hoofd hangen: was de locatie wel goed? Ik was immers de enige die het aandurfde om zo duidelijk, midden in het centrum, een pottenbakkerij met winkel neer te zetten. Een plek die uitstraalde: hier ben ik, dit is mijn werk.

Toen ik de ruimte binnenstapte, begon ik me meteen in te beelden hoe het zou zijn om hier dagelijks te werken. Zou er een bepaalde sfeer ontstaan? Kon ik er mijn werkprocessen logisch indelen? En misschien wel de belangrijkste vraag: voelde ik me hier op mijn gemak? Als je een groot deel van je tijd in een atelier doorbrengt, moet de ruimte kloppen – niet alleen praktisch, maar ook qua gevoel.

Ik had plek nodig voor acht draaischijven. De oven kon gelukkig achterin worden geplaatst – er was immers al krachtstroom aanwezig, iets wat niet in ieder pand vanzelfsprekend is. Toch was het vooral de entree die mijn aandacht trok. Geen klassieke winkelpui, maar een inmiddels gedateerde “moderne” stijl, met een etalage aan twee kanten en een klein voorportaal. Pas daarna volgde de ouderwetse deur. Het gaf meteen een bepaalde charme. Er konden zeker spullen tentoongesteld worden, maar dat betekende ook dat de productie continu op peil moest blijven. Je stond tenslotte direct in het zicht van voorbijgangers, en dat verplichtte je tot een zekere discipline.

De ruimte zelf was kaal en alles was in een zilver-metallic kleur geschilderd. Niet bepaald warm of uitnodigend, maar daar viel iets aan te doen. Ik stelde me voor hoe alles wit geschilderd zou worden, inclusief de balken in het plafond. Die zouden we vervolgens aflakken, zodat er een contrast ontstond tussen de matte muren en het glanzende plafond. Ook moest er een nieuwe vloer komen, zodat de ruimte meteen een verzorgde en frisse uitstraling kreeg. Vanaf het begin had ik een duidelijke regel in mijn hoofd: het atelier moest schoon en stofvrij blijven. Een pottenbakkerij hoeft niet rommelig of stoffig te zijn; het kan ook een nette, inspirerende omgeving zijn waarin mensen zich prettig voelen.

De makelaar leidde ons in zijn vaste tempo rond, maar ik had meer nodig dan zijn woorden. Ik moest de ruimte ook met mijn verbeelding vullen: hoe zouden de cursisten hier zitten, zonder elkaar in de weg te lopen? Was er genoeg plek voor de verschillende stadia van het werkproces? En kon ik van deze kale ruimte iets maken dat niet op een fabriekshal leek, maar meer op een gezellige woonkamer? Ik zag het voor me: planten, goede verlichting, een warme sfeer die uitnodigde tot creativiteit én ontspanning. Want pottenbakken gaat niet alleen om techniek, maar ook om genieten van het proces.

Toen we de tuin in liepen, viel mijn oog meteen op de boom achterin. Groot, stevig, bijna aanwezig. Vanuit binnen zou je hem duidelijk kunnen zien door de tuindeuren. De tuin bood bovendien praktische voordelen: er was ruimte genoeg om buiten te werken, bijvoorbeeld om gietklei te maken of materialen te schuren. Alle stoffige klussen konden zo naar buiten verplaatst worden, wat binnen bijdroeg aan de schone, rustige omgeving die ik voor ogen had.

Daar, onder die boom, vroegen we de laatste dingen aan de makelaar. Totdat iemand zich ineens afvroeg wat voor boom het eigenlijk was. Het bleek een moerbeiboom te zijn. Alsof de boom zijn aanwezigheid duidelijk wilde maken. Een vriend zei lachend: “Pottenbakkerij onder de moerbeiboom.” In eerste instantie vond ik het veel te lang en te onhandig voor marketing. Je wil tenslotte een korte, krachtige naam die mensen onthouden. Maar naarmate ik er langer over nadacht, begon het te groeien.

De boom stond er niet zomaar. Hij had waarschijnlijk al veel zien komen en gaan, en nu leek hij ook deel te willen uitmaken van dit nieuwe verhaal. Waarom zou hij geen stem mogen hebben in de naam van de pottenbakkerij? Uiteindelijk besloten we de naam te verkorten en er een speelse draai aan te geven: Potterij onder de Moerbeiboom.

Het was meer dan een naam; het werd een symbool. De boom stond voor stevigheid, voor wortels, voor groei. En tegelijk gaf hij een vleugje poëzie aan een plek die ik niet alleen als werkruimte zag, maar ook als een creatieve en inspirerende omgeving voor anderen. Vanaf dat moment wist ik: dit wordt mijn plek.

Reacties zijn gesloten.